De laatste dagen van Nieuw-Amsterdam - Fragment 'De laatste dagen van Nieuw-Amsterdam'

 



 

 

 

 

Fragment uit De laatste dagen van Nieuw-Amsterdam

         Lange rijen zwarte mannen en vrouwen schuifelden voorbij. Ze
waren spiernaakt en aan hun polsen en enkels zaten zware ringen die
met ijzeren schakels waren verbonden. Enkele burgers knepen hun
neus dicht toen er zich een bedorven lucht van zweet en uitwerpselen
verspreidde.
         ’Slaven…’, stamelde Thijs.
         Het water lag nu vol met bootjes die vanaf het grote schip naar de
kade kwamen roeien, ze waren volgeladen met nog meer slaven. Er
leek geen einde aan te komen. Nadat de bootjes bij de steiger waren
aangekomen, werden de slaven er hardhandig uitgeduwd.
         ‘De Gideon is een slavenschip’, prevelde Daan, terwijl hij in het
schichtige gezicht van een jonge jongen keek. Het was nog een kind.
De jongen was zwak en zo ernstig vermagerd dat zijn botten onder
zijn huid uitstaken. Bij zijn polsen zaten open vleeswonden van de
zware en pijnlijke schakels. In de bovenkant van zijn rechterschouder
waren cijfers gebrand. Het was nog niet zo lang geleden gedaan, want
het vlees was nog roze. Daan voelde zich beroerd worden en wendde
zijn gezicht af. Hij kon het niet langer aanzien. Deze mensen waren
net als zij in een ijzingwekkende nachtmerrie terechtgekomen.
         Ze hadden al die slaven van Stuyvesant wel gezien en ook Louwize
was een slaaf, maar ze hadden er nooit bij stilgestaan hoe ze hier wa-
ren aangekomen. Als ze aan slaven dachten, dan dachten ze aan grote
plantages met statige witte landhuizen met hoge pilaren, ergens aan de
Mississippi en in het diepe hete zuiden van Amerika. Als ze aan sla-
ven dachten, dan dachten ze aan negers die met de zweep afgeranseld
werden. Maar nu begon de afgrijselijke waarheid zachtjes tot hen door
te dringen. Alle zwarte mensen die hier woonden, waren ooit op deze
manier aangekomen.
         Thijs en Daan duwden de mensen naast hen opzij en probeerden
zo snel mogelijk weg te komen uit de massa. Weg van het gruwelijke
schouwspel. Na een paar minuten rennen kwamen ze terecht op het
Tuyn Pat. Ze hadden geen idee waar ze waren, maar het was er rustig,
zodat ze even op adem konden komen.
         Daan kon zich niet langer inhouden. Hij gaf over tot hij niets meer
in zijn maag had. De tranen stroomden over zijn gezicht. Onderweg
naar huis moesten ze elkaar er aan herinneren dat de slavernij nu afge-
schaft was. Maar toch, hier was een wereld waar het gewoon opnieuw
gebeurde en de Nederlanders waren er schuldig aan. Thijs en Daan
waren blij dat de meisjes er niet bij waren. Wat zich hier afspeelde,
stond nu op hun netvlies gebrand.


Klik hier om fragmenten te beluisteren


Terug naar Jeugdroman