Theo Veldhuis, redacteur en auteur
Wat ik ervan vond? In één woord: genieten! Ik heb echt met heel veel plezier dit spannende en interessante boek gelezen. Vier geschiedenis-freaks ontdekken een oude brief en gaan op onderzoek uit. De vader van een van de kinderen blijkt in het diepste geheim een tijdmachine te hebben uitgevonden, en je raadt het al, de kinderen gaan ermee aan de gang, en per ongeluk switchen ze zichzelf naar een compagnieschip op weg naar Nieuw-Amsterdam, in het jaar 1664. Ze nemen de rol aan van weeskinderen en worden moederlijk opgevangen door briefschrijfster Anneke Janse. Op het eiland (Manhattan) komen ze in aanraking met gouverneur Peter Stuyvesant en zijn gezin en met de slavenmarkt waarin Nederland destijds bezig was.
Uiteraard moet er een manier gevonden worden om terug naar de toekomst te komen, maar hoe gaan ze dat doen? Ondanks dat een tijdmachine natuurlijk een behoorlijk uitgekauwd kinderboekenproject is, is het toch origineel, en zeker de vindingrijkheid van de kinderen en hun welbespraaktheid maakt het een boeiend boek, dat je zo in een rijtje met Thea Beckman kunt zetten qua spanning en plot. Naast het leuke en spannende verhaal wordt de lezer ook getrakteerd op de boeiende geschiedenis van Manhattan en de Nederlandse inbreng daarin. Het is echt bijzonder aan te raden voor de jeugd.
Enig minpuntje is de bevooroordeelde manier waarop over geloof en calvinisme wordt gesproken. Er wordt geschetst alsof calvinisme inhoudt dat er een angst voor een straffende God heerst, en hoewel dat in sommige kringen zeker aanwezig is, is dat niet maatgevend en zeker iets waar Calvijn van zou gruwelen. Anneke Janse als hoofdpersoon is hierin een mooie uitzondering, waarin ook duidelijk naar voren komt dat christelijke levenswandel bestaat uit een bepaald karakter, niet uit een vroom gezicht trekken op zondag. Buiten dat, geweldig geschreven en boeiende literatuur.
